

De Universiteit
Utrecht (UU) werd opgericht op 26 maart 1636 onder de naam Rijksuniversiteit
Utrecht (RUU), halverwege de jaren '90 is de naam verandert.
Met ongeveer 29.000 studenten (en jaarlijkse 6.500 nieuwe studenten) is de universiteit de op één na grootste universiteit van Nederland. Studenten kunnen kiezen uit 48 bacheloropleidingen, 122 minors en 198 masteropleidingen.
De universiteit bestaat uit meerdere faculteiten en deze zijn verspreid over de stad. De meeste gebouwen zijn gevestigd in de Uithof, ten oosten van de stad en ten zuiden van De Bilt. De subfaculteit voor Letteren en de faculteit voor Recht, Economie, Bestuur en Organisatie zijn gevestigd in de binnenstad van Utrecht.
De zeven faculteiten van de Universiteit
Utrecht zijn:
- Geesteswetenschappen
- Recht, Economie, Bestuur en Organisatie
- Geowetenschappen
- Geneeskunde - gerelateerd aan het UMC Utrecht
- Diergeneeskunde
- Sociale Wetenschappen
- Bètawetenschappen
De strategie van de universiteit is erop gefocusseerd om de internationale reputatie van de universiteit te versterken, zowel op het gebied van onderwijs als van onderzoek.
Alle opleidingen voldoen aan strenge kwaliteitseisen. De universiteit biedt goede begeleiding, uitdagend en kleinschalig onderwijs met zowel deskundige als inspirerende docenten die graag een wetenschappelijke dialoog met de studenten aangaan. De universiteit vraagt betrokkenheid, een actieve instelling en de ambitie van studenten zodat zij het beste uit zichzelf kunnen halen.
De universiteit is een groot en veelzijdig kenniscentrum dat onderwijs en
onderzoek van internationale kwaliteit biedt. De volgende doelen zijn daaraan
gekoppeld:
- Academici opleiden die kennis combineren met professionele vaardigheden
- Bijdragen aan oplossingen voor maatschappelijke vraagstukken
- Jonge mensen academisch vormen
- Grensverleggend onderzoek doen
- Nieuwe generaties onderzoekers opleiden.
Ambitie, betrokkenheid, inspiratie en onafhankelijkheid zijn kernwaarden
van de instelling. De Universiteit Utrecht investeert in medewerkers en
studenten om zo academische gemeenschap te vormen.